Decreet over het lokaal bestuur, in het bijzonder de artikelen 40, 41 en latere wijzigingen
Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en de uitvoeringsbesluiten
Koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen
De aanpassingen van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014, betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, werden recent gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Zowel het opschrift van het Koninklijk Besluit als enkele artikelen werden aangepast.
Aangezien het politiereglement steeds een vermelding maakt van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, dient het politiereglement aangepast te worden zodat de correcte benaming van het Koninklijk Besluit in het politiereglement staat.
Tevens werden een aantal artikels van de Wegcode veranderd.
- Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;
- Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
- Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden
- Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan opgesteld worden
- Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:
° de zijdelingse strook
° de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.
- Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:
° de zijdelingse strook of
° de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is
De bijkomende bepalingen in vetjes zijn toegevoegd in dit artikel. Aangezien er op deze toevoeging ook geverbaliseerd moet worden, dient dit mee opgenomen te worden in het politiereglement.
De bijkomende bepaling in vetjes werd toegevoegd. Aangezien er op deze toevoeging ook geverbaliseerd moet worden, dient dit mee opgenomen te worden in het politiereglement.
1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;
5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
De bepaling 7° werd toegevoegd/veranderd. Aangezien er op deze toevoeging ook geverbaliseerd moet worden, dient dit mee opgenomen te worden in het politiereglement.
De overtreding betreffende de verhoogde inrichting stond voordien in het artikel 22ter.1, 3°. Dit artikel is sedert enkele jaren reeds geschrapt uit de Wegcode, dus dit mag uit het politiereglement gehaald worden.
1° op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
2° op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
3° voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
5° op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
8° buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;
9° op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;
10° op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
11° op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
12° op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
13° buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt;
15° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
De bepaling 15° werd toegevoegd. Aangezien er op deze toevoeging ook geverbaliseerd moet worden, dient dit mee opgenomen te worden in het politiereglement.
Het nieuwe artikel is: Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3.
Aangezien de verbalisanten hierop zouden kunnen verbaliseren door eigen vaststellingen (en dus zonder automatisch werkende toestellen), dient dit aangepast te worden in het politiereglement.
Het nieuwe artikel is: Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103.
Aangezien de verbalisanten hierop zouden kunnen verbaliseren door eigen vaststellingen (en dus zonder automatisch werkende toestellen), dient dit aangepast te worden in het politiereglement.
Aangezien er op deze toevoeging ook geverbaliseerd moet worden, dient dit mee opgenomen te worden in het politiereglement.
Deze aanpassingen zullen in werking treden vanaf 1 maart 2026.
De politieraad heeft in zitting van 19 februari 2026 deze wijziging gunstig geadviseerd.
Besluit van de gemeenteraad 27 januari 2025 betreffende het vaststellen van het reglement op de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS)
Artikel 1
De gemeenteraad stelt het gewijzigde GAS-reglement Schelde-Leie, zoals gehecht in de bijlage, vast.
Artikel 2
Het gewijzigde GAS-reglement treedt in werking op 1 maart 2026.
Artikel 3
Het GAS-reglement Schelde-Leie zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 27 januari 2025 wordt opgeheven vanaf 1 maart 2026.
Artikel 3
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 4
Een afschrift van deze beslissing wordt samen met het GAS-reglement overgemaakt aan:
- Politiezone Schelde-Leie
- Provincie Oost-Vlaanderen
- Procureur des Konings