De voorzitter opent de zitting op 22/06/2026 om 20:08.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vorige vergadering goed.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 74
De notulen van de vorige vergadering worden ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Elk raadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de raad voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast. Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige vergadering worden de notulen als goedgekeurd beschouwd.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vorige vergadering goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de jaarrekening 2025 - deel OCMW vast.
Decreet over het Lokaal Bestuur, in bijzonder artikelen 77, 78, 260, 261
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen
Omzendbrief KB/ABB 2019/4: strategische meerjarenplannen 2020-2025 lokale en provinciale besturen
Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3: aanpassing meerjarenplannen 2020-2025 lokale en provinciale besturen
De jaarrekening is een gezamenlijk beleidsrapport voor gemeente en OCMW en bevat een:
Het actieplan is het rapporteringsniveau in 2025.
Artikel 249 stelt dat de beleidsrapporten van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een geïntegreerd geheel vormen: de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen over hun deel van elk beleidsrapport.
Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed.
Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.
Het MAT besprak de jaarrekening op 26 mei 2026.
De jaarrekening heeft in 2025 een:
In het OCMW zal er vanaf 2019 altijd een exploitatietekort zijn, omdat er geen gemeentelijke bijdrage meer vloeit naar het OCMW.
De gemeente zorgt ervoor dat het OCMW zijn financiële verplichtingen kan nakomen.
Deze tussenkomst gebeurt in functie van de actuele liquiditeitstekorten (momentopname) en de interne facturatie.
Verder zijn er geen vaste afspraken over de wijze waarop het bedrag wordt bepaald, daarom is die beslissing (tussenkomst van de gemeente aan het OCMW) impliciet vervat in de beslissing over de vaststelling van de jaarrekening waarin de tussenkomst in kwestie verwerkt is.
Een bespreking van de verschillen tussen raming en rekening kan je terugvinden onder 3.11
Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2025 betreffende goedkeuren eenjarig meerjarenplanaanpassing 2025 nr.1 - deel OCMW
Besluit van het MAT van 26 mei 2026 betreffende voorontwerp jaarrekening 2025
Besluit van het vast bureau van 1 juni 2026 betreffende kennisnemen voorontwerp jaarrekening 2025 - deel OCMW
De leden van de fractie Ruimte onthouden zich omdat de jaarrekening het resultaat geeft van het gevoerde beleid en de fractie Ruimte dit beleid niet geheel kan onderschrijven.
Net zoals in januari 2025 zal de fractie Blauw zich onthouden bij de jaarrekening 2025.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de jaarrekening 2025 - deel OCMW vast.
De raad neemt kennis van het jaarverslag organisatiebeheersing lokaal bestuur Nazareth-De Pinte 2025.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, art. 217-220.
Artikel 219, lid 2 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de algemeen directeur aan het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau, de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn rapporteert over het organisatiebeheersingssysteem uiterlijk op 30 juni van het daaropvolgende jaar.
Besluit van de raad van 28 april 2025 m.b.t. de goedkeuring van het kader voor organisatiebeheersing.
Enig artikel
De raad neemt kennis van het jaarverslag organisatiebeheersing lokaal bestuur Nazareth-De Pinte 2025.
Het arbeidsreglement voor het OCMW- personeel van Nazareth-De Pinte wordt vastgesteld.
Wet van 18 december 2002 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, waarbij alle openbare besturen sinds juli 2003 verplicht zijn een arbeidsreglement te hebben voor hun personeel
Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn
Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk van 15 maart 2017
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 77 en 78
Besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 25 augustus 2025 in verband met de vaststelling van het arbeidsreglement voor het ocmw-personeel
Besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 3 november 2025 in verband met de opname van de fietspolicy in het arbeidsreglement
Besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 3 november 2025 in verband met het afsprakenkader rond telefonie- en databeleid
Artikel 1
Het arbeidsreglement voor het OCMW-personeel van lokaal bestuur Nazareth-De Pinte wordt vastgesteld.
Artikel 2
Het arbeidsreglement wordt aan ieder personeelslid bezorgd en toegelicht en naar de Algemene directie toezicht op de Sociale inspectie gestuurd.
Artikel 3
Dit arbeidsreglement gaat in vanaf 1 juli 2026.
Artikel 4
De voorgaande beslissing betreffende het arbeidsreglement voor het OCMW-personeel wordt opgeheven.
De rechtspositieregeling voor het OCMW- personeel wordt vastgesteld.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 77 en 78
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2026 met de nieuwe minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen
Door wetswijzigingen in 2023 en de vernietiging van het ontslagdecreet in 2025 moest de RPR voor de bepalingen voor statutaire werknemers worden aangepast naar de vroegere regeling. Daarbij wordt opnieuw een onderscheid gemaakt tussen statutaire personeelsleden “op proef” en “vast benoemd” en wordt de proeftijd heringevoerd.
Aanwervingsprocedures moeten niet-discriminerend en genderneutraal verlopen. De definitie van arbeidshandicap werd verruimd en er wordt gestreefd naar 2% tewerkstelling voor deze doelgroep.
Het evaluatiesysteem werd vereenvoudigd tot één geïntegreerd traject bij functioneringsproblemen, met mogelijke verbeterperiodes. De beroepstermijn bij evaluaties (10 kalenderdagen) wordt als te kort beschouwd; een verlenging naar 14 dagen werd voorgesteld.
In het sectoraal akkoord 2026‑2031, opgesteld door de VVSG voor de lokale besturen, worden de richtlijnen vastgelegd voor koopkrachtversterking, lokale inzet van middelen en kwaliteitsverbetering voor personeel. Een van de voorgestelde maatregelen is de stapsgewijze verhoging van de maaltijdcheques: €9 vanaf 1 januari 2027 en €10 vanaf 1 januari 2029, conform het door de VVSG onderhandelde akkoord. Deze verhoging moet verankerd worden in de rechtspositieregeling.
Deze wijzigingen werden besproken tijdens de syndicale vergadering op 27 april 2026 en besproken in het managementteam op 26 mei 2026. De aanwezige vakorganisaties gaven een positief advies.
De kredieten zullen worden voorzien in het meerjarenplan.
Besluit van de rechtspositieregeling voor het OCMW- personeel van 25 augustus 2025.
Er wordt in de RPR bepaald dat bij een vacantverklaring kan voorzien worden in een wervingsreserve van maximaal twee jaar, meermaals te verlengen tot maximaal 5 jaar.
Dit gaat in tegen de bijzondere wervingsreserve voor de algemeen en financieel directeur die recent werd vastgelegd op 11 jaar. Beide beslissingen zijn tegenstrijdig en ook niet te verantwoorden aan de andere leden van de gemeentelijke administratie, waarvan de bevoegde schepen op de gemeenteraad van 25.08.2025 aangaf dat deze discrepantie zou worden bekeken. Omdat het bestuur vasthoudt aan deze discrepantie, onthouden de leden van de fractie Ruimte zich.
Artikel 1
De rechtspositieregeling van het OCMW- personeel van Nazareth-De Pinte, zoals gehecht in de bijlage, wordt vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit en de inhoud ervan worden in uitvoering van artikel 286 van het decreet lokaal bestuur bekend gemaakt via de webtoepassing van de gemeente door de burgemeester.
Artikel 3
In toepassing van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur wordt de toezichthoudende overheid op dezelfde dag van de bekendmaking op de hoogte gebracht door de burgemeester van de bekendmaking van dit besluit.
Artikel 4
Deze rechtspositieregeling gaat in vanaf 1 juli 2026.
Artikel 5
De voorgaande beslissing in verband met de rechtspositieregeling wordt opgeheven.
De raad neemt kennis van de financiële rapportering 31/12/2025.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 177
Besluit van de gemeenteraad van 22 juni 2026 waarbij jaarrekening 2025 - deel OCMW werd goedgekeurd
De financieel directeur rapporteert in volle onafhankelijkheid over de volgende aangelegenheden aan de raad:
Enig artikel
De raad neemt kennis van de financiële rapportering 31/12/2025 zoals gehecht in bijlage.
De raad voor maatschappelijk welzijn kent de gewijzigde nominatieve subsidies 2026 toe.
Wet van 14 november 1983 - betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen
Decreet lokaal bestuur 22 december 2017, in het bijzonder artikel 77 en 78
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen
Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen
Ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen
Op 17 december werd het meerjarenplan 2026-2031 vastgesteld.
Het artikel 41 23° van het decreet lokaal bestuur stipuleert:
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden: het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.
De toegestane werkingssubsidies werden, op aanbeveling van ABB, in 4 categorieën onderverdeeld:
De samenwerkingsovereenkomsten vanuit de wet op de overheidsopdrachten worden geboekt onder goederen en diensten onder MAR616/goederen en diensten.
Andere samenwerkingsovereenkomsten blijven verwerkt als toegestane werkingssubsidie onder MAR649/toegestane werkingssubsidies.
Algemene rekeningen die beginnen met een 649, met uitzondering van subsidies die onder een premiereglement, dotatie of samenwerkingsovereenkomst vallen
Algemene rekeningen die beginnen met een 664, met uitzondering van subsidies die onder een premiereglement, dotatie of samenwerkingsovereenkomst vallen
Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2025 waarbij het meerjarenplan 2026-2031 - deel OCMW werd goedgekeurd
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2025 waarbij het toekennen nominatieve subsidies 2026 werd goedgekeurd
Artikel 1
Het reglement toekennen nominatieve subsidies 2026 - versie RMW20261217 wordt opgeheven vanaf heden.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn kent de gewijzigde nominatieve subsidies 2026 toe volgens het document FIN - NOMSUB26 - 001 - Nominatieve subsidies 2026 (versie GR20260622), zoals vermeld in de bijlage.
Artikel 3
De raad voor maatschappelijk welzijn geeft de opdracht aan het vast bureau om de aanvragen van een nominatieve subsidie te behandelen binnen het voorziene krediet per begunstigde, zoals vermeld in de bijlage.
Een nominatieve subsidie wordt toegekend op basis van een formele subsidieaanvraag, digitaal, via het daarvoor bestemde webformulier.
Deze aanvraag wordt ingediend met een beknopte, maar onderbouwde motivatie, bijvoorbeeld in de vorm van een kasverslag, jaarverslag of activiteitenverslag. Hieruit blijkt de inhoudelijke werking en de financiële noodzaak van de aanvraag. Bijkomende documenten kunnen opgevraagd worden om de subsidieaanvraag te evalueren.
De uitbetaling van een nominatieve subsidie gebeurt na administratieve controle en onder het uitdrukkelijke voorbehoud van het wettelijk controlerecht, zoals bepaald in de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en aanwending van sommige toelagen.
Indien uit latere controle blijkt dat de begunstigde de subsidie niet aanwendt in het kader van de algemene werking, doel van de organisatie, behoudt de subsidiërende overheid zich het recht voor om de subsidie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.
De lastvoorwaarden, gunningswijze en de raming voor de opdracht “Raamcontract: Ondersteuning sociale dienst” worden goedgekeurd.
Wet van 29 juli 1991 houdende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
KB van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Wet van 17 juni 2013 houdende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
Wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36 en artikel 43.
KB van 18 april 2017 houdende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 77 en 78, houdende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 houdende het bestuurlijk toezicht.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Om de continuïteit van de dienstverlening aan cliënten te waarborgen, willen we een raamcontract afsluiten om de sociale dienst tijdelijk te ondersteunen met externe consultants. Binnen de sociale dienst zijn er regelmatig langdurige afwezigheden (zwangerschappen, personeelswissels, opname verlofstelsels, ...). Nieuwe aanwervingen en selecties vragen tijd en hebben impact op onze (essentiële) dienstverlening naar de burger toe. Daarnaast ervaren we dat zich in de welzijnssector meermaals acute situaties voordoen waarbij tijdelijke bijbestafffing aangewezen is. Voorbeelden hiervan zijn Oekraïne crisis, asielopvang, wijzigende regelgeving leefloon, werkloosheid, ziekte-uitkering, energiecrisis, ... Aanvullend willen we ons voor financiële en procesoptimalisatie laten begeleiden. Deze opdrachten richten zich niet uitsluitend op het uitvoeren van specifieke werkzaamheden, maar vooral op het begeleiden, adviseren en opleiden van medewerkers zodat de opgebouwde expertise duurzaam binnen de organisatie kunnen verankeren.
Een uitgebreide toelichtende nota is toegevoegd in bijlage van deze notule.
Dit raamcontract:
Perceel 2: Ondersteuning team onthaal en administratie
De opdracht, met een looptijd van 4 jaar, wordt geraamd op € 286.363,67 (excl. btw) of € 346.500,04 (incl. 21% btw).
Het bestaande jaarlijkse personeelskrediet van 1 administratief medewerker financiert ongeveer 2,5 dagen/week ondersteuning.
Perceel 3: Financiële en procesoptimalisatie
De opdracht, met een looptijd van 4 jaar, wordt geraamd op € 177.024,78 (excl. btw) of € 214.199,98 (incl. 21% btw).
Het bestaande jaarlijkse personeelskrediet van 1 administratief medewerker financiert ongeveer 1,5 dagen/week ondersteuning.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 1.407.520,63 (excl. btw) of € 1.703.099,96 (incl. 21% btw).
Percelen 1, 2 en 3 worden afgesloten voor een duur van 48 maanden.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.
De huidige opdracht wordt gesloten door middel van een raamcontract met meerdere deelnemers waarbij alle voorwaarden in de raamovereenkomst zijn bepaald. De deelnemers zullen niet opnieuw in mededinging gesteld worden.
Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.
De uitgave voor deze opdracht is niet apart voorzien in het exploitatiebudget van 2026 en de komende jaren, maar wordt ingevuld met niet gebruikte personeelskredieten of met voorziene lonen die vrijkomen ten gevolge van afwezigheden of niet ingevulde functies. Wanneer het gaat over het waarborgen van de essentiële dienstverlening in acute noodsituaties, zal mogelijks extra budget voorzien moeten worden.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het bestek met nr. AANKOOP2026-016 en de raming voor de opdracht “Raamcontract: Ondersteuning sociale dienst”, opgesteld door Team Aankoop goed. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 1.407.520,63 (excl. btw) of € 1.703.099,96 (incl. 21% btw).
Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Artikel 3
De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.
Artikel 4
De uitgave voor deze opdracht is niet apart voorzien in het exploitatiebudget van 2026 en de komende jaren, maar wordt ingevuld met niet gebruikte personeelskredieten of met voorziene lonen die vrijkomen ten gevolge van afwezigheden of niet ingevulde functies.
Er zijn geen mondelinge vragen van inwoners m.b.t. de in openbare zitting behandelde punten.
Er zijn geen mondelinge vragen van inwoners m.b.t. de in openbare zitting behandelde punten.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de mondelinge vragen en antwoorden.
Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over gemeentelijke aangelegenheden, die niet op de agenda van de raad staan. Volgende vragen worden gesteld:
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de mondelinge vragen en antwoorden.
Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,
Steven Van de Velde
algemeen directeur
Vincent Van Peteghem
voorzitter