De voorzitter opent de zitting op 03/11/2025 om 21:54.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vorige vergadering goed.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 74
De notulen van de vorige vergadering worden ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Elk raadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de raad voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast. Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige vergadering worden de notulen als goedgekeurd beschouwd.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vorige vergadering goed.
De fietspolicy wordt goedgekeurd en als bijlage opgenomen bij het arbeidsreglement voor het OCMW- personeel.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 77 en 78
Wet van 18 december 2002 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, waarbij alle openbare besturen sinds juli 2003 verplicht zijn een arbeidsreglement te hebben voor hun personeel
Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn
Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk van 15 maart 2017
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen
Sinds de goedkeuring van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021 kunnen lokale besturen hun medewerkers de mogelijkheid bieden om een fiets te leasen.
In dit kader heeft het bestuur zich aangesloten bij de raamovereenkomst via Veneco met leasingpartner Joule voor het leasen van (elektrische) fietsen.
Het personeel met een contract van onbepaalde duur en de statutaire personeelsleden krijgen de mogelijkheid een (elektrische) fiets te leasen via deze leasingpartner. De financiering hiervan zal geheel of gedeeltelijk kunnen gebeuren door het inzetten van de eindejaarstoelage.
Om dit te kunnen implementeren is het opstellen van een fietspolicy noodzakelijk. Alle praktische en contractuele afspraken inzake de fietsleasing, inclusief gebruik, onderhoud, verzekering, en beëindiging, worden opgenomen in deze fietspolicy.
De fietspolicy wordt voorgelegd aan de vakorganisaties op 20 oktober 2025 en nadien als bijlage aan het arbeidsreglement worden toegevoegd.
Besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 25 augustus 2025 in verband met het vaststellen van het arbeidsreglement voor het OCMW - personeel
Besluit van het vast bureau van 7 april 2025 in verband met het instappen in de raamovereenkomst met Veneco rond de fietslease
Besluit van het vast bureau van 6 oktober 2025 in verband met de principebeslissing rond de fietspolicy
Artikel 1
De fietspolicy, zoals gehecht in de bijlage, wordt vastgesteld en als bijlage opgenomen bij het arbeidsreglement voor het OCMW- personeel.
Artikel 2
Deze bijlage wordt aan ieder personeelslid bezorgd en toegelicht en naar de Algemene directie toezicht op de Sociale inspectie gestuurd.
Artikel 3
De bepalingen rond de fietspolicy treden in werking vanaf heden.
Het afsprakenkader rond mobiel telefonie- en databeleid wordt goedgekeurd en toegevoegd als bijlage bij het arbeidsreglement.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 77 en 78
Wet van 18 december 2002 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, waarbij alle openbare besturen sinds juli 2003 verplicht zijn een arbeidsreglement te hebben voor hun personeel
Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn
Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk van 15 maart 2017
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen
Het bestuur wenst de mogelijkheid te bieden aan de medewerkers om gebruik te maken van mobiele ICT-toestellen (Smartphones, GSM's,..) en/of bijhorende abonnementen.
Om dit op een duidelijke manier te regelen, wordt hiervoor een afsprakenkader opgesteld met de bijbehorende voorwaarden.
In dit afsprakenkader worden onder andere de verschillende opties voor het verkrijgen van een toestel behandeld: een toestel dat door het bestuur wordt aangekocht en ter beschikking gesteld wordt, een toestel dat de medewerker zelf aankoopt met een (gedeeltelijke) terugbetaling van het bestuur, of een toestel dat volledig privé wordt aangeschaft zonder tussenkomst van het bestuur. Ook de keuze voor een abonnement van het bestuur of een eigen abonnement komt aan bod.
Een belangrijk onderdeel van het afsprakenkader betreft het fiscale en sociale aspect van het zogenaamde ‘voordeel alle aard’. Dit voordeel wordt toegepast wanneer toestellen of abonnementen ook privé worden gebruikt. Afhankelijk van de combinatie tussen toestel en abonnement wordt een vast bedrag per jaar als voordeel aangerekend en verwerkt via de loonadministratie. Daarnaast wordt er bepaald welke personeelsleden in aanmerking komen voor deze regeling (de personeelsleden met een contract onbepaalde duur en de statutaire medewerkers), welke de regels zijn rond de controle op het gebruik ervan en de eventuele sancties en de toepassing bij langdurige afwezigheid.
Dit afsprakenkader zal ter bespreking worden voorgelegd aan de vakorganisaties op 20 oktober 2025 en nadien als bijlage aan het arbeidsreglement worden toegevoegd.
De kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan.
Besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 25 augustus 2025 in verband met het vaststellen van het arbeidsreglement voor het OCMW - personeel
Besluit van het vast bureau van 6 oktober 2025 in verband met de principebeslissing rond het afsprakenkader telefoon-en databeleid
Artikel 1
Het afsprakenkader rond mobiel telefonie-en databeleid, zoals gehecht in de bijlage, wordt vastgesteld en als bijlage opgenomen bij het arbeidsreglement voor het OCMW- personeel.
Artikel 2
Deze bijlage wordt aan ieder personeelslid bezorgd en toegelicht en naar de Algemene directie toezicht op de Sociale inspectie gestuurd.
Artikel 3
De bepalingen rond het mobiel telefonie- en databeleid treden in werking vanaf 1 januari 2026.
Het reglement inzake tewerkstelling in het kader van artikel 60 § 7 van de OCMW-wet wordt goedgekeurd.
Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976
Koninklijk besluit van 29 mei 1997 tot uitvoering van artikel 60, § 1, vierde lid, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen
In toepassing van artikel 60 kan het OCMW een arbeidsovereenkomst afsluiten met een persoon met het oog op het opbouwen of herstellen van diens recht op sociale zekerheid, met name op werkloosheid of ziekte-uitkeringen. De betrokken persoon wordt tewerkgesteld binnen de diensten van het OCMW zelf, bij een andere openbare instelling of bij een privé-werkgever die bereid is samen te werken met het OCMW. Het doel van deze tewerkstelling is om hem of haar de nodige werkervaring en vaardigheden te laten opdoen die de kansen op duurzame tewerkstelling vergroten.
Gedurende deze tewerkstelling blijft het OCMW de juridische werkgever en is het verantwoordelijk voor de loonadministratie en sociale bijdragen.
Aangezien de personen tewerkgesteld via artikel 60 niet onder het toepassingsgebied vallen van de rechtspositieregeling van het OCMW-personeel, is het noodzakelijk dat de raad van maatschappelijk welzijn een afzonderlijk reglement vaststelt om de voorwaarden, rechten en plichten met betrekking tot deze tewerkstelling te regelen.
Dit reglement wordt voor advies voorgelegd aan de vakorganisaties op 20 oktober 2025.
De kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het reglement inzake tewerkstelling in het kader van artikel 60 § 7 van de OCMW-wet, zoals gehecht in de bijlage, vast.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de principebeslissing voor de OCMW-energietoelage vast.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 77, 78 en 84.
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.
Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
Wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering.
Koninklijk besluit van 14 februari 2005 tot uitvoering van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelde op 28 april 2025 de principebeslissing betreft OCMW verwarmingstoelage vast. Nu blijkt dat "verwarming" te beperkt is en daarom is het beter om deze beslissing op te heffen en die voor energietoelage goed te keuren. Gezien wij vanuit de POD MI een toelage kunnen krijgen voor niet betaalde gas- of elektriciteitsrekeningen, lijkt het ons opportuun om de principebeslissing aan te passen naar een OCMW energietoelage. Zo kan deze ruimer ingezet worden.
Jaarlijks ontvangt het OCMW, via de POD MI, een toelage van het sociaal fonds gas en elektriciteit (SFGE) om financiële hulp te verlenen aan personen die zich in een toestand van schuldenlast bevinden én beschikken over niet-betaalde gas- of elektriciteitsrekeningen. Het toegekende bedrag wordt berekend op basis van het totale aantal rechthebbenden op het recht op maatschappelijke integratie en van het aantal vreemdelingen ingeschreven in het bevolkingsregister en die een financiële hulpverlening genieten van het OCMW op 1 januari van het jaar voordien. Het toegekende bedrag per OCMW wordt als bijlage bij het koninklijk besluit gevoegd.
Met de toelage wil men de OCMW’s financieel ondersteunen in de uitbouw van een beleid inzake energiearmoede. Omdat de woonkosten voor personen die zich in een situatie van schuldenlast bevinden zwaar doorwegen is het aangewezen dat het OCMW een financiële ondersteuning biedt in de verwarmingskosten, ongeacht de verwarmingsbron. Hiermee draagt het OCMW bij aan zijn opdracht om iedere inwoner van Nazareth–De Pinte een menswaardig bestaan te garanderen, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare groepen.
De toelageperiode loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Deze toelage wordt gefinancierd via:
De nodige kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan op 2025/GL3-03-02/0900-02/648441/OCMW/SOC-SOC/IP-GEEN
Subsidies:
In het jaar 2023 werd een extra toelage toegekend aan de OCMW’s boven op de middelen die werden toegekend via het Fonds gas en elektriciteit. In 2024 werden deze middelen opnieuw gecentraliseerd in het Fonds gas en elektriciteit.
Uitgave in 2024 Nazareth (alle verwarmingsbronnen samen, niet enkel gas en elektriciteit):
8409,05 euro
Uitgave in 2024 De Pinte (facturen voor gas en elektriciteit):
5026,25 euro
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de principebeslissing voor de OCMW-energietoelage volgens bovenstaande richtlijnen en na voorlegging van een bewijsstuk of factuur met ingang van 1 januari 2026 vast.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de toelage, na een behoeftenonderzoek, toe te kennen aan de cliënten met maatschappelijke dienstverlening van het OCMW:
Inkomensgrens: maximum 24.814,75 euro, verhoogd met 4.591,85 euro per persoon ten laste. Deze bedragen volgen de indexaanpassing overeenkomstig de federale verwarmingstoelage.
In de vorm van collectieve schuldenregeling:
Inkomensgrens: maximum 24.814,75 euro, verhoogd met 4.591,85 euro per persoon ten laste. Deze bedragen volgen de indexaanpassing overeenkomstig de federale verwarmingstoelage
Artikel 3
De toelage geldt voor alle energiebronnen (gas, elektriciteit, kolen, stookolie, petroleum, hout, enz.) mits voorlegging van de aankoopfactuur.
Artikel 4
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de jaarlijkse tussenkomst als volgt te bepalen:
Artikel 5
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist dat de individuele aanvragen voor de toepassing van deze maatregel ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Artikel 6
Deze principebeslissing vervangt de principebeslissing OCMW verwarmingstoelage zoals goedgekeurd in de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 april 2025 die wordt opgeheven.
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om in te stappen in het systeem van de minimale levering voor aardgas en elektriciteit bij exclusief nachttarief 2025-2026.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 77 en 78
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen
Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie
Besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 betreffende de openbare dienstverplichtingen in de vrijgemaakte elektriciteits- en aardgasmarkt wat betreft de minimale levering van aardgas tijdens de winterperiode
Mailbericht van 15 september 2025 van het Vlaams energie- en klimaatagentschap met de richtlijnen voor de minimale levering aardgas en exclusief nachttarief
Met de ‘minimale levering via de digitale meter in voorafbetaling’ (artikelen 5.4.6 tot en met 5.4.10 van het Energiebesluit van 19 november 2010) wil de Vlaamse Regering zich samen met de OCMW’s engageren om klanten bij de netbeheerder te ondersteunen, die onvoldoende middelen hebben om betalingen uit te voeren via het voorafbetalingssysteem Prepaid (vroeger: budgetmeter), en dus tijdens de winterperiode het risico lopen om zonder verwarming te vallen.
De Vlaamse Regering heeft vanaf de winterperiode 2022-2023 de minimale levering uitgebreid naar klanten die elektrisch verwarmen via het exclusief nachttarief. Deze maatregel werd structureel verankerd in het Energiebesluit en blijft dus ook van kracht voor de komende winterperiode. Belangrijk is dat de minimale levering voor aardgas niet kan gecombineerd worden met de minimale levering voor elektriciteit voor eenzelfde klant.
De tussenkomst wordt voor beide verwarmingsbronnen berekend als 60% van de gemiddelde verbruikskost per type woning gedurende de winter en vormt zo een heel substantiële hulp voor de gezinnen. De doelstelling van de minimale leveringen is om de grootste nood op te vangen, niet om volwaardige gratis verwarming ter beschikking te stellen. OCMW’s moeten de hulpvrager uitleggen dat de opgeladen bedragen staan voor 60% van het gemiddeld verbruik. Concreet zal iedere toekenning dus voldoende zijn om een halve maand te verwarmen aan een minimaal comfort, bijvoorbeeld door de verwarming op 16 graden te zetten of slechts één kamer te verwarmen. Wil men gewoon comfort, dan zullen opladingen met eigen middelen (of met extra financiële steun van het OCMW) noodzakelijk zijn. Ter info: tijdens de periode van 1 december tot 1 april geldt er een verbod op afsluiting van elektriciteit en aardgas.
budgetcode: 2025/GL3-03-02/0900-02/648311/OCMW/SOC-SOC/IP-GEEN
Raming uitgavekrediet: 11.000 euro
Het OCMW kan tot maximaal 70% van het uitgekeerde bedrag recupereren bij de netbeheerder.
Het resterende percentage recupereert het OCMW (na de toepassingsperiode) bij de hulpvrager in kwestie of neemt het zelf ten laste via de OCMW verwarmingstoelage.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de richtlijnen inzake de minimale levering voor aardgas en elektriciteit bij exclusief nachttarief 2025-2026 en beslist om in te stappen in het systeem van de minimale levering.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist dat de individuele aanvragen voor de toepassing van deze maatregel ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Artikel 3
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om deze beslissing ter kennisgeving voor te leggen op het BCSD van 06.11.2025.
Er zijn geen mondelinge vragen van inwoners m.b.t. de in openbare zitting behandelde punten.
Enig artikel
Er zijn geen mondelinge vragen van inwoners m.b.t. de in openbare zitting behandelde punten.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de mondelinge vragen en antwoorden.
Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over gemeentelijke aangelegenheden, die niet op de agenda van de raad staan. Volgende vragen worden gesteld:
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de mondelinge vragen en antwoorden.
Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,
Steven Van de Velde
algemeen directeur
Yves Ghyselinck
wnd. voorzitter