Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 77 en 78
Bevoegdheid van het bijzonder comité voor de sociale dienst
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen., meer bepaald artikel 60, §1 en §3
Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen
Om te komen tot een uniforme en meer rechtvaardige bepaling van de behoeftigheid bij aanvragen om maatschappelijke hulp in de vorm van een equivalent aan het leefloon, is het noodzakelijk om te komen tot een principebeslissing hierover.
Over aanvragen om maatschappelijke hulp in de vorm van een equivalent leefloon wordt door het bijzonder comité voor de sociale dienst een beslissing genomen op basis van een sociaal onderzoek.
Dat sociaal onderzoek besluit met een nauwkeurige diagnose nopens het bestaan en de omvang van de behoefte aan dienstverlening en stelt de meest passende middelen voor om daarin te voorzien. De financiële hulpverlening, zoals het equivalent leefloon, kan bij beslissing van het OCMW onderworpen worden aan dezelfde voorwaarden van het recht op maatschappelijke integratie. Deze regelgeving staat toe om een nauwkeurigere behoefteanalyse te laten plaatsvinden die de werkelijke financiële nood van het gezin in kaart brengt.
Er wordt voorgesteld om voor de aanvragen om een equivalent leefloon voortaan te berekenen op basis van een behoefteanalyse via de REMI-toepassing (Referentiebudgetten Menswaardig Inkomen). Deze toepassing berekent, op basis van de reële kosten en enkele referentiebudgetten, het maandbudget dat het gezin nodig heeft om een menswaardig bestaan te leiden. Voor het uniform gebruik van deze toepassing werd een afsprakenkader uitgewerkt. De POD MI promootte het gebruik van de REMI-toepassing in 2024 voor het toekennen van aanvullende financiële hulp en voorzag in een subsidiëring voor de licentiekost ervan De licentiekost voor de periode van mei 2025 tot en met april 2026 bedraagt € 4232.
Als het gezinsinkomen ontoereikend is om een menswaardig bestaan te verzekeren, dan resulteert de berekening in een negatief saldo. Hieruit kan de behoeftigheid van het gezin blijken, waardoor een equivalent leefloon toegekend kan worden aan de aanvragers die aan de overige voorwaarden voldoen.
Het equivalent leefloon bedraagt maximaal het baremabedrag leefloon van de toepasselijke gezinscategorie, beperkt tot het tekort in het gezinsinkomen berekend door REMI.
Wanneer er meerdere aanvragers equivalent leefloon zijn, wordt het tekort evenredig volgens de gezinscategorie verdeeld over de aanvragers.
Wanneer het resultaat van de REMI-berekening positief is, dan is het gezinsinkomen toereikend en is er bijgevolg geen recht op een equivalent leefloon.
Budgetten zijn voorzien op 2025/GL3-02-01/0900-02/648110/OCMW/SOC-SOC/IP-GEEN
Gunstig advies van het BCSD van 12 juni 2025
Fractie BLAUW: Wanneer er LF wordt verleend en aanvullende financiële hulp, dan moet men er steeds over waken dat er nog een spanningsveld is met de minimumlonen. Er moet steeds een trigger zijn dat men steeds beter af is als men werkt. Zoveel mogelijk cliënten activeren op maat van ieder zijn kunnen, moet de doelstelling zijn. Werken, een job hebben is nog steeds de hefboom om uit die armoedespiraal te geraken.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de principebeslissing vast om bij aanvragen tot maatschappelijke hulp in de vorm van een equivalent aan het leefloon de behoeftigheid te bepalen op basis van REMI.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het principe vast om het bedrag van het recht op maatschappelijke hulp in de vorm van een equivalent leefloon gelijk te stellen aan het baremabedrag leefloon van de toepasselijke gezinscategorie, beperkt tot het tekort in het gezinsinkomen berekend via de REMI-toepassing.
Artikel 3
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het gebruik van het afsprakenkader in bijlage voor het gebruik van de REMI-toepassing vast.
Artikel 4
Deze principebeslissing treedt in werking op 1 juli 2025.