Terug
Gepubliceerd op 29/04/2025

Besluit  Raad voor maatschappelijk welzijn

ma 28/04/2025 - 21:00

Principebeslissing - toelage ter bevordering van de participatie en sociale activering - vaststellen

Aanwezig: Vincent Van Peteghem, voorzitter
Thomas Van Ongeval, wnd. voorzitter vast bureau
Kristof Agache, Willem Rombaut, Dirk Le Roy, Kathleen Ghyselinck, Bert Seynhaeve, Ann Vandenbussche, leden vast bureau
Annemie De Gussem, voorzitter BCSD
Danny Claeys, Wim Vanbiervliet, Hilde Claeys, Benedikte Demunck, Frank Dhaenens, Leen Gryffroy, Christel Verleyen, Tine Van Audenaerde, Yves Ghyselinck, Ina Quintyn, Nele Le Roy, Peter Vermaerke, Isabelle Baekelandt, Laurent de Meulenaere, Stephanie D'hulster, Stephanie Laleeuw, raadsleden
Steven Van de Velde, algemeen directeur
Verontschuldigd: Viviane De Preester, lid vast bureau
Marthe Van Den Abbeele, raadslid
Bevoegdheid en juridische grond

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 77, 78 en 84.

Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

Omzendbrieven van de POD Maatschappelijke integratie betreffende de toelage ter bevordering van de participatie en sociale activering van OCMW-gebruikers van 20 december 2016 en 29 mei 2017.

Koninklijk besluit houdende maatregelen ter bevordering van de participatie en sociale activering van de gebruikers van de dienstverlening van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor het jaar 2024 van 21 maart 2024.

Bijlage bij het koninklijk besluit van 21 maart 2024 houdende maatregelen ter bevordering van de participatie en sociale activering van de gebruikers van de dienstverlening van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor het jaar 2024.

Feiten, context en argumentatie

Jaarlijks ontvangt het OCMW een toelage van de POD MI om de participatie en sociale activering te bevorderen. Het bedrag van de toelage wordt jaarlijks bekend gemaakt via een koninklijk besluit.   

Via een jaarlijks toelagebesluit wordt een toelage ter beschikking gesteld van de OCMW’s voor de financiering van initiatieven ter bevordering van de participatie en de sociale activering van OCMW-gebruikers. Het toelagebesluit verschijnt jaarlijks onder de titel: “koninklijk besluit houdende maatregelen ter bevordering van de participatie en sociale activering van de gebruikers van de dienstverlening van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor het jaar”. De toelageperiode loopt telkens van 1 januari tot en met 31 december.  

Het jaarlijks beschikbare budget hiervoor wordt onder de OCMW’s verdeeld volgens volgende verdeelsleutel: 

  •  75% op basis van het aantal gerechtigden op een (equivalent) leefloon op datum van 1 januari van het voorgaande jaar;  
  •  25% op basis van het aantal rechthebbenden op een verhoogde verzekeringstegemoetkoming op 1 januari van het voorgaande jaar.  

Deze verdeelsleutel is evolutief in de tijd – de parameter wordt gemeten op 1 januari van het voorgaande jaar – en volgt de werkelijkheid op de voet. De verdeelsleutel vertrekt van een objectief criterium dat een aanwijzing vormt voor de armoedegraad in een bepaalde stad of gemeente en voor de werklast van het OCMW. Het toegekende bedrag per OCMW wordt als bijlage bij het koninklijk besluit gevoegd. 

Met de toelage wil men de OCMW’s financieel ondersteunen in de uitbouw van een beleid van participatie en sociale activering. Bedoeling is om de zelfredzaamheid, de weerbaarheid en de maatschappelijke betrokkenheid te verhogen en het sociaal isolement te doorbreken. 

De OCMW’s beschikken over de autonomie om de middelen in te zetten voor hun belangrijkste noden binnen de drie grote beleidsprioriteiten: kinderarmoede bestrijden, collectieve modules opzetten in het kader van het GPMI en maatschappelijke participatie bevorderen. De doelgroep mag het OCMW zelf bepalen en omschrijven in de ruimste zin van het woord.  Personen die onwettig op het grondgebied verblijven en LOI-bewoners mogen niet binnen deze doelgroep behoren.   

Er zijn 3 beleidsprioriteiten bepaald. Deze zijn bepaald in de ‘Lijst activiteiten Participatie en Sociale Activering’ en te raadplegen op de website van de POD Maatschappelijke Integratie.

1. Bevorderen van de maatschappelijke participatie door: 

  • tussenkomst in deelname sociale, sportieve of culturele manifestaties; 
  • tussenkomst in deelname sociale, sportieve of culturele verenigingen: lidgeld, benodigdheden en uitrusting; 
  • ondersteuning van initiatieven voor de doelgroep op sociaal, cultureel en sportief vlak; 
  • ondersteuning en financiering van initiatieven tot participatie in nieuwe informatie- en communicatietechnologieën.

 2. Organiseren van collectieve modules: 

  • in het kader van het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI); 
  • in groepsverband – verhogen participatie en sociale activering vb cursussen gericht op taal, op assertiviteit, groepswerk enz; 
  • personeelskost, werkingskosten,…; 
  • van eigen organisatie of externe partner (noodzaak samenwerkingsovereenkomst).

 3. Bestrijden kinderarmoede:

Het gedeelte van de toelage dat voorbehouden wordt voor de bestrijding van kinderarmoede kan aangewend worden voor volgende initiatieven:

  1. De volledige of gedeeltelijke financiering van maatschappelijke dienstverlening om de maatschappelijke integratie van kinderen van gebruikers via deelname aan sociale programma’s te bevorderen. Worden inzonderheid bedoeld:  

  • de maatschappelijke dienstverlening in het kader van de deelname aan sociale programma's;  
  • de maatschappelijke dienstverlening in het kader van onderwijsondersteuning;  
  • de maatschappelijke dienstverlening in het kader van psychologische ondersteuning voor het kind of voor de ouders in het kader van de raadpleging van een specialist;  
  • de maatschappelijke dienstverlening in het kader van paramedische ondersteuning;  
  • de steun bij de aankoop van pedagogisch materiaal en spellen. 
  1.  De volledige of gedeeltelijke financiering van initiatieven met of voor kinderen van gebruikers om hun maatschappelijke integratie te bevorderen. Worden inzonderheid bedoeld de kosten voor het opzetten van acties met het oog op de sociale integratie van kansarme kinderen. 

Financiële impact

De toelageperiode loopt van 1 januari tot en met 31 december. Het is de datum van boeking in de boekhouding van het OCMW die bepaalt op welk toelagejaar de activiteit wordt aangerekend en ingegeven in het uniek jaarverslag, ook wanneer een activiteit in het volgend jaar zal plaatsvinden. 

Deze toelage wordt gefinancierd met: 

  • de  jaarlijkse subsidie van het fonds voor participatie en sociale activering van de POD MI 
  • het trekkingsrecht van Vlaanderen voor het Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie 
  • het saldo is ten laste van de meerjarenplanning van het lokaal bestuur

De nodige kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan op:

  • 2025/GL3-03-03/0909-02/648610/OCMW/SOC-SOC/IP-GEEN
  • 2025/GL3-03-03/0909-02/648611/OCMW/SOC-SOC/IP-GEEN
  • 2025/GL3-03-03/0909-02/648612/OCMW/SOC-SOC/IP-GEEN
  • 2025/GL3-03-03/0909-02/740921/OCMW/SOC-SOC/IP-GEEN

Subsidies: 

  • in 2024: subsidie fonds participatie POD MI Nazareth: 5243,00 euro  
  • in 2024: subsidie fonds participatie POD MI De Pinte: 3949,00 euro  
  • in 2024: trekkingsrecht Vlaanderen Nazareth: 1296,26 euro/ jaar 

Uitgave in 2024 Nazareth: 

  • algemene participatie (manifestaties, verenigingen en ICT): 4.409,54 euro  
  • kinderarmoede: 2.166,67 euro

Uitgave in 2024 De Pinte: 

  • algemene participatie (manifestaties, verenigingen en ICT): 486,94 euro  
  • kinderarmoede: 3.699,50 euro 
Publieke stemming
Aanwezig: Vincent Van Peteghem, Thomas Van Ongeval, Kristof Agache, Willem Rombaut, Dirk Le Roy, Kathleen Ghyselinck, Bert Seynhaeve, Ann Vandenbussche, Annemie De Gussem, Danny Claeys, Wim Vanbiervliet, Hilde Claeys, Benedikte Demunck, Frank Dhaenens, Leen Gryffroy, Christel Verleyen, Tine Van Audenaerde, Yves Ghyselinck, Ina Quintyn, Nele Le Roy, Peter Vermaerke, Isabelle Baekelandt, Laurent de Meulenaere, Stephanie D'hulster, Stephanie Laleeuw, Steven Van de Velde
Voorstanders: Vincent Van Peteghem, Thomas Van Ongeval, Kristof Agache, Willem Rombaut, Dirk Le Roy, Kathleen Ghyselinck, Bert Seynhaeve, Ann Vandenbussche, Annemie De Gussem, Danny Claeys, Wim Vanbiervliet, Hilde Claeys, Benedikte Demunck, Frank Dhaenens, Leen Gryffroy, Christel Verleyen, Tine Van Audenaerde, Yves Ghyselinck, Ina Quintyn, Nele Le Roy, Peter Vermaerke, Isabelle Baekelandt, Laurent de Meulenaere, Stephanie D'hulster, Stephanie Laleeuw
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de principebeslissing voor de toelage ter bevordering van de participatie en sociale activering volgens bovenstaande richtlijnen en na voorlegging van een bewijsstuk of factuur met ingang van 1 april 2025 vast. 


Artikel 2

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de toelage, na een behoeftenonderzoek, toe te kennen aan de cliënten met maatschappelijke dienstverlening van het OCMW: 

  • In de vorm van leefloon 
  • In de vorm van financiële steun (wet 65) (vreemdelingen) 
  • In de vorm van budgethulpverlening 
  • In de vorm van collectieve schuldenregeling: gedomicilieerd in Nazareth-De Pinte 
  • In de vorm van een andere maatschappelijke dienstverlening én in een behartenswaardige situatie leven. 


Artikel 3

Voor activiteiten ter bevordering van de participatie en sociale activering en de bestrijding van de kinderarmoede binnen de beleidsprioriteiten bepaald door de POD Maatschappelijke integratie. 


Artikel 4

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de tussenkomst als volgt te bepalen: 

  1. 100 euro voor een alleenstaande persoon; 
  2.  50 euro per gezinslid voor een gezin met een maximum van 200 euro per gezin; 
  3.  50 euro extra per kind (onder 18 jaar) in het kader van de kinderarmoede. 


Artikel 5

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist dat de individuele aanvragen voor de toepassing van deze maatregel ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst. 


Artikel 6

Deze principebeslissing vervangt alle voorgaande beslissingen in deze van de lokale besturen Nazareth en De Pinte.