De voorzitter opent de zitting op 26/05/2025 om 22:34.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vorige vergadering goed.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 74
De notulen van de vorige vergadering worden ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Elk raadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de raad voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast. Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige vergadering worden de notulen als goedgekeurd beschouwd.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vorige vergadering goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord met de centralisatie van de ontvangsten van het Gemeentefonds bij de gemeente.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 40 en 41
Decreet van 26 juni 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds
De gemeente en het OCMW kunnen onderling bepalen welk aandeel van het gemeentefonds rechtstreeks aan het OCMW wordt gestort. Als er geen beslissing is, krijgt het OCMW automatisch 8% en de gemeente 92%.
Het is aangewezen om in kader van een efficiënte bedrijfsvoering de liquide middelen van inkomende subsidies te centraliseren bij de gemeente. Dit draagt bij tot een meer accurate liquiditeitsplanning en heeft geen gevolgen voor gemeente en OCMW. Het decreet lokaal bestuur bepaalt immers dat de gemeente ervoor zorgt dat het OCMW altijd zijn financiële verplichtingen kan nakomen (art 274 DLB).
Artikel 1
De ontvangsten van het Gemeentefonds worden gecentraliseerd bij de gemeente. De verdeelsleutel wordt aldus 0% OCMW en 100% gemeente.
Artikel 2
Deze beslissing wordt voor 30 juni 2025 overgemaakt aan ABB door elektronisch te versturen naar fondsen@vlaanderen.be.
De raad voor maatschappelijk welzijn kent de nominatieve subsidies 2025 toe.
Wet van 14 november 1983 - betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen
Decreet lokaal bestuur 22 december 2017, in het bijzonder artikel 78
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen
Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen
Ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen
Op 27 januari werd het éénjarig meerjarenplan 2025 vastgesteld.
Het artikel 78 23° van het decreet lokaal bestuur stipuleert:
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau toevertrouwd worden: het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.
De toegestane werkingssubsidies werden, op aanbeveling van ABB, in 4 categorieën onderverdeeld:
De samenwerkingsovereenkomsten vanuit de wet op de overheidsopdrachten worden geboekt onder goederen en diensten onder MAR616/goederen en diensten.
Andere samenwerkingsovereenkomsten blijven verwerkt als toegestane werkingssubsidie onder MAR649/toegestane werkingssubsidies.
Algemene rekeningen die beginnen met een 649, met uitzondering van subsidies die onder een premiereglement, dotatie of samenwerkingsovereenkomst vallen
Algemene rekeningen die beginnen met een 664, met uitzondering van subsidies die onder een premiereglement, dotatie of samenwerkingsovereenkomst vallen
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn kent de nominatieve subsidies 2025 toe volgens het document FIN-001-Nominatieve subsidie 2025, zoals vermeld in de bijlage.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn geeft de opdracht aan het vast burau om de aanvragen van een nominatieve subsidie te behandelen binnen het voorziene krediet per begunstigde, zoals vermeld in de bijlage.
Een nominatieve subsidie wordt toegekend op basis van een formele subsidieaanvraag, digitaal, via het daarvoor bestemde webformulier.
Deze aanvraag wordt ingediend met een beknopte, maar onderbouwde motivatie, bijvoorbeeld in de vorm van een kasverslag, jaarverslag of activiteitenverslag. Hieruit blijkt de inhoudelijke werking en de financiële noodzaak van de aanvraag. Bijkomende documenten kunnen opgevraagd worden om de subsidieaanvraag te evalueren.
De uitbetaling van een nominatieve subsidie gebeurt na administratieve controle en onder het uitdrukkelijke voorbehoud van het wettelijk controlerecht, zoals bepaald in de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en aanwending van sommige toelagen.
Indien uit latere controle blijkt dat de begunstigde de subsidie niet aanwendt in het kader van de algemene werking, doel van de organisatie, behoudt de subsidiërende overheid zich het recht voor om de subsidie geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de notulen van de raad van bestuur van de Zorgband Leie en Schelde van 24 februari, 21 maart en 25 april 2025.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 77 en in het bijzonder titel 4, hoofdstuk 2
Statuten van de Zorgband Leie en Schelde, in het bijzonder artikel 14 §4 en artikel 20 §4
Het OCMW is deelgenoot van de welzijnsvereniging Zorgband Leie en Schelde.
In de statuten van Zorgband Leie en Schelde is opgenomen dat de notulen van de algemene vergadering en van de raad van bestuur ter kennis worden gebracht aan de raden voor maatschappelijk welzijn van de OCMW-deelgenoten.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de notulen van de raad van bestuur van de Zorgband Leie en Schelde van 24 februari, 21 maart en 25 april 2025.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de principebeslissing voor de toepassing van de KoopLokaalBon als dringende steun vast.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 84 en 85
Bevoegdheid van het bijzonder comité voor de sociale dienst
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen
Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie
Het lokaal bestuur Nazareth kwam soms tussen bij gezinnen met een financiële noodzaak door middel van een Nazarethbon. Naar aanleiding van de fusie tussen Nazareth en De Pinte en de start van een nieuwe bestuurstermijn wordt de nieuwe principebeslissing voorgelegd.
Om noodhulp snel en effectief te kunnen verlenen, is het noodzakelijk dat administratieve procedures zo eenvoudig mogelijk worden gehouden.
De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan in dringende gevallen en binnen de perken bepaald door het huishoudelijk reglement van het BCSD, zelf over dringende hulpverlening beslissen. Deze beslissing moet dan op de eerstvolgende vergadering ter bekrachtiging aan het bijzonder comité voor de sociale dienst voorgelegd worden.
In de praktijk wil dit zeggen dat de maatschappelijk werker bij de aanvraag van een dringende steun:
In sommige situaties kan het cliëntsysteem geholpen worden met een heel beperkt bedrag. Om de administratieve last voor de sociale dienst te beperken is er het voorstel om voor welbepaalde situaties gebruik te kunnen maken van een KoopLokaalBon.
Aan de hand van een beslissingsboom wordt bekeken in welke situatie en onder welke voorwaarden een maatschappelijk werker gebruik kan maken van een KoopLokaalBon.
De nodige kredieten zijn niet voorzien en zullen voorzien worden in een volgende meerjarenplanaanpassing.
Raming 1600 euro op jaarbasis
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de principebeslissing voor de toepassing van de KoopLokaalBon als dringende steun goed.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord om hiervoor een budget van 1600 euro te voorzien.
Artikel 3
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het principe goed om het toe te kennen bedrag per cliëntsysteem vast te leggen op maximaal 40 euro en het aantal toekenningen per cliëntsysteem per kalenderjaar te beperken tot 2.
Artikel 4
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de te volgen procedure zoals bepaald in de beslissingsboom in bijlage goed.
Artikel 5
Deze principebeslissing heeft uitwerking vanaf 1 juni 2025.
Artikel 6
Deze principebeslissing vervangt alle voorgaande beslissingen in deze van de lokale besturen Nazareth en De Pinte.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de principebeslissing voor de tussenkomst in het kader van het Fonds ter bestrijding van uithuiszetting vast.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 84 en 85
Bevoegdheid van het bijzonder comité voor de sociale dienst
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen
Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie
Het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 3 mei 2019 tot instelling van een tegemoetkoming aan het OCMW ter bestrijding van uithuiszettingen
Wijzigingen door BVR van 27 maart 2020 houdende maatregelen voor de private en sociale huurmarkt ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus
Kennisname en goedkeuring principebeslissing Fonds ter bestrijding Uithuiszetting door het vast bureau van Nazareth op 8 mei 2020
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, boek 5 deel 1, titel 4.
Het lokaal bestuur Nazareth had een principebeslissing met betrekking tot het Fonds ter Bestrijding van Uithuiszettingen. Naar aanleiding van de fusie tussen Nazareth en De Pinte en de start van een nieuwe bestuurstermijn wordt de nieuwe principebeslissing voorgelegd.
Langdurige huurachterstal kan ertoe leiden dat de huurder gedwongen wordt de woning te verlaten via een procedure tot uithuiszetting. Via de vrederechter wordt het OCMW preventief op de hoogte gesteld wanneer een vordering tot uithuiszetting bij de rechtbank wordt ingeleid. Er wordt een aanzienlijke stijging van het aantal vorderingen tot uithuiszetting vastgesteld. Deze toename wordt vooral toegeschreven aan het gebrek aan betaalbare huurwoningen voor gezinnen met een sociale kwetsbaarheid. Bij een dreigende uithuiszetting is er vaak sprake van meervoudige problemen op verschillende levensdomeinen.
Gelet op bovenstaande is een integrale en outreachende aanpak vanuit het sociaal huis noodzakelijk. Een effectieve manier om de onderhandelingen tussen huurder en verhuurder te versterken is door als OCMW samen te werken met het Fonds ter bestrijding van uithuiszetting (FBU). Het Fonds geeft een tegemoetkoming aan het OCMW om huurder en verhuurder te ondersteunen bij huurachterstal.
Het besluit van de Vlaamse regering van 3 mei 2019 tot instelling van een tegemoetkoming aan het OCMW ter bestrijding van uithuiszettingen heeft de bedoeling om het aantal procedures tot uithuiszetting te verminderen. Dit besluit biedt de mogelijkheid aan het OCMW om de helft van de huurachterstal ten laste te nemen, de huurder te begeleiden bij de afbetaling van het saldo van de huurachterstal en te zorgen dat er geen nieuwe betalingsachterstand wordt opgebouwd. Het OCMW heeft de keuze om de ten laste genomen achterstal al dan niet terug te vorderen van de huurder.
Voor welke huurders?
Het gaat enkel over huurders die een woning huren op de private huurmarkt of die een woning huren via een woonmaatschappij die deze woningen heeft ingehuurd op de private huurmarkt. De huurcontracten vallen dus onder de woninghuurwet of het Vlaams Woninghuurdecreet of worden onderverhuurd door een woonmaatschappij. Handelspanden of andere sociale huurwoningen van een woonmaatschappij komen niet in aanmerking.
Voor welke huurachterstand?
Voor huur die niet op de afgesproken datum betaald wordt. De achterstand moet geen specifiek aantal maanden of bepaald bedrag zijn. Onder huurachterstand begrijpen we niet alleen de niet-betaalde huurprijs, maar ook niet-betaalde kosten en lasten.
Huurachterstand is dus de som van:
Er is geen minimum- of maximumhuurprijs vastgelegd.
Wat moet het OCMW doen?
Stap 1
Het OCMW neemt kennis van de huurachterstal via de huurder of derde - enkel op vraag van
de huurder kan het dossier geactiveerd worden. De verhuurder kan dit niet aanvragen. Huurders en verhuurders kunnen ook geen rechtstreekse aanspraak maken op het Fonds. De aanvraag dient via het OCMW te gebeuren.
Stap 2
Het OCMW beslist, na een sociaal onderzoek en na goedkeuring van het BCSD, om de huurder specifiek te begeleiden bij de afbetaling van zijn huurachterstal, en hiervoor al dan niet een beroep te doen op het Fonds.
Stap 3
Het OCMW, huurder en verhuurder sluiten een begeleidingsovereenkomst. Deze
begeleidingsovereenkomst wordt opgemaakt via het e-portaal op de website van Wonen Vlaanderen
waartoe de OCMW's toegang hebben vanaf 1 juni 2020. De ondertekende
begeleidingsovereenkomsten worden ook via dit portaal overgemaakt aan het Fonds waardoor de
aanvraag tot tussenkomst geactiveerd wordt. De aanvraag van de tegemoetkoming voor het bekomen
van de stabiele woonsituatie zal tevens via het portaal kunnen aangevraagd worden.
Deze begeleidingsovereenkomst bevat:
Het OCMW is het best geplaatst om te oordelen of het aangewezen is om bijkomende voorwaarden
op te nemen in de begeleidingsovereenkomst:
De begeleidingsovereenkomst moet ondertekend worden door de huurder, de verhuurder en het
OCMW. Voor het OCMW is het meest voor de hand liggend om de ondertekening te laten uitvoeren
door de algemeen directeur of de persoon aan wie die bevoegdheid werd gedelegeerd en de voorzitter van het BCSD.
Stap 4
Afbetalingsregeling:
Als de huurder het afbetalingsplan niet naleeft of er ontstaat nieuwe huurachterstal dan meldt de verhuurder dit aan het OCMW. De verhuurder geeft het OCMW minstens 2 weken tijd om een gepaste oplossing te vinden, alvorens een vordering in te stellen bij de vrederechter.
Hoeveel bedraagt de tegemoetkoming van het Fonds aan het OCMW?
Het OCMW ontvangt, na indienen en goedkeuren van de overeenkomst, van het Fonds:
Bij het bereiken van een stabiele woonsituatie, vraagt het OCMW binnen de 6 maand na het bereiken van deze stabiele woonsituatie de tweede tegemoetkoming aan. Het OCMW ontvangt 35% van de huurachterstal, met een maximum van 1.075 euro in 2025.
Een voorbeeld:
In het maximale scenario zou het OCMW 2089 euro ontvangen waarvoor het zelf is tussengekomen voor een bedrag van 1536 euro. Een stabiele woonsituatie zal mogelijks niet altijd bereikt worden. Het OCMW zal in dat geval de tweede tegemoetkoming niet uitgekeerd krijgen door het Fonds.
Het OCMW beslist autonoom om de steun (de 50% aan de verhuurder met een maximum van 1.536 euro in 2025) al dan niet terug te vorderen van de huurder ongeacht de tegemoetkoming van het FBU. Het OCMW kan tevens de beslissing nemen om het volledige bedrag van de huurachterstal als 'steun'
te betalen aan de verhuurder, en de helft te recupereren via het fonds en de andere helft al dan niet
via de huurder.
De sociale dienst stelt voor om de door het OCMW ten laste genomen huurachterstal niet terug te vorderen van de huurder. Op die manier denken we de cliënt te motiveren om het begeleidingstraject te vervolledigen. Bovendien helpt het de cliënt echt vooruit in de afbouw van zijn schuldenlast.
De bedragen in euro, vermeld in deze principebeslissing, worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de volgende formule: nieuw bedrag = basisbedrag x aangepaste gezondheidsindex/gezondheidsindex oktober 2018.
Budgethulpverlening als mogelijke voorwaarde
Het OCMW behoudt zich het recht om budgethulpverlening als voorwaarde op te leggen voor het bekomen van een tussenkomst in het kader van het Fonds ter bestrijding van uithuiszetting.
Voor 2025 is er 7500 euro voorzien op 2025/GL3-03-01/0900-02/648425/OCMW/SOC-SOC/IP-GEEN
De nodige kredieten zijn vanaf 2026 nog niet voorzien en zullen voorzien worden in een volgende meerjarenplanaanpassing.
De totale uitgaven, gebaseerd op 10 trajecten per jaar, worden geraamd op 15.360 euro.
Dit bedrag dient voorzien te worden op 2025/GL3-03-01/0900-02/648425/OCMW/SOC-SOC/IP-GEEN
De totale ontvangsten, gebaseerd op 10 trajecten per jaar waarvan 5 trajecten resulteren in een stabiele woonsituatie, worden geraamd op 15.515 euro.
Dit bedrag dient voorzien te worden op 2025/GL3-03-01/0900-02/740810/OCMW/SOC-SOC/IP-GEEN
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de principebeslissing voor de tussenkomst in het kader van het Fonds ter bestrijding van uithuiszetting vast.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om het principe goed te keuren om de bijdrage van het OCMW aan de verhuurder (50% van de huurachterstal met een maximum van 1.536 euro in 2025) niet terug te vorderen van de cliënt - huurder.
Artikel 3
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om het principe goed te keuren om budgethulpverlening als mogelijke voorwaarde op te leggen voor het bekomen van een tussenkomst in het kader van het Fonds ter bestrijding van uithuiszetting.
Artikel 4
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist dat de individuele aanvragen voor de toepassing van deze maatregel ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Artikel 5
Deze principebeslissing heeft uitwerking vanaf 1 juni 2025.
Artikel 6
Deze principebeslissing vervangt alle voorgaande beslissingen in deze van de lokale besturen Nazareth en De Pinte.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de bruikleenovereenkomst betreffende het uitlenen van fietsen aan cliënten van het OCMW goed.
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 84 en 85
Naar aanleiding van de fusie tussen Nazareth en De Pinte en de start van een nieuwe bestuurstermijn wordt een herwerking voorgelegd van het reglement tot het uitlenen van een fiets aan cliënten van het OCMW. Particulieren schenken, onder andere via het project "Op Wielekes", af en toe een fiets voor volwassenen aan het OCMW. Anderzijds krijgt de sociale dienst regelmatig de vraag van cliënten om tijdelijk een fiets in bruikleen te kunnen krijgen. Omdat het aanbod en vraag gekoppeld kunnen worden, en om dit op een gestructureerde manier te laten verlopen, werd een bruikleenovereenkomst opgesteld.
Een exacte uitgave-raming is moeilijk te maken, aangezien de kost zal afhangen van de kwaliteit van de aangeboden fietsen, het aantal fietsen en de slijtage aan de fietsen.
De uitgave voor 2025 wordt geraamd op 500 euro. Deze uitgave is niet voorzien in het meerjarenplan.
Vanaf 2026 dient er in het meerjarenplan een budget voorzien te worden van 1250 euro per jaar (raming kost onderhoud 250 euro per fiets x 5).
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de bruikleenovereenkomst betreffende het uitlenen van fietsen aan cliënten van het OCMW, zoals toegevoegd in bijlage, goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de visietekst inzake budgethulpverlening goed.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 84
Naar aanleiding van de fusie van Nazareth en De Pinte is het belangrijk om de OCMW-medewerkers een uniform kader aan te reiken waarbinnen aan budgethulpverlening kan worden gedaan. Het uitwerken van een interne coherente visie inzake budgethulpverlening heeft een gelijke behandeling van de cliënt door de verschillende maatschappelijk werkers tot doel en biedt de maatschappelijk werkers tegelijk een duidelijk kader om binnen te werken.
Er is geen financiële impact.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de visietekst inzake budgethulpverlening, zoals toegevoegd in bijlage, goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de toetreding van de nieuwe deelgenoot lokaal bestuur Oosterzele tot de Zorgband Leie en Schelde goed.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 77 en 78 en Deel III, Titel IV, hoofdstuk II betreffende de welzijnsvereniging
Statuten Zorgband Leie en Schelde
Bij de oprichtingsgesprekken van Zorgband Leie en Schelde (2016 – 2018) was OCMW Oosterzele betrokken. Voor de dienst gezinszorg en aanvullende thuiszorg werken zij reeds geruime tijd onder de erkenning van OCMW Merelbeke – en sinds 2020 Zorgband Leie en Schelde.
Op de Raad van Bestuur van 27 oktober 2023 werd goedkeuring verleend om de gesprekken met Oosterzele aan te gaan tot eventuele toetreding tot Zorgband Leie en Schelde; temeer omdat vanuit Departement Zorg en ABB de vraag komt waarom Oosterzele geen deelgenoot is van Zorgband Leie en Schelde maar wel werkt onder de erkenning van Zorgband.
De afgelopen maanden werden diverse gesprekken gevoerd met het lokaal bestuur Oosterzele. De raad voor maatschappelijk welzijn van Oosterzele besliste vervolgens in haar zitting van 24 april 2025 het traject te doorlopen tot toetreding tot Zorgband Leie en Schelde en dit per 1 januari 2026.
Hierbij worden alle ouderenzorgvoorzieningen overgedragen:
Conform de statuten wordt bij de inbreng van louter thuiszorgdiensten voorzien in 1 bestuurder dewelke deel uitmaakt van de Raad van Bestuur.
In de zitting van de Raad van Bestuur van Zorgband Leie en Schelde van 18 maart 2022 werden de instapkosten bepaald: inbreng thuiszorgdiensten = 30.000 euro instapkosten.
Artikel 482 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de beslissing tot de toelating van deelgenoten, alleen kan genomen worden als alle deelgenoten daarmee vooraf instemmen.
Het aanvaarden van de toetredingsaanvraag van lokaal bestuur Oosterzele staat geagendeerd op de Algemene Vergadering van 25 juni 2025.
E-mail van Zorgband Leie en Schelde van 28 april 2025 betreffende toetredingsaanvraag Zorgband Leie en Schelde van Lokaal Bestuur Oosterzele
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de toetreding van de nieuwe deelgenoot lokaal bestuur Oosterzele tot de Zorgband Leie en Schelde goed.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing zal worden bezorgd aan Zorgband Leie en Schelde.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de mondelinge vraag van een inwoner en het antwoord van de schepen.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de mondeling vraag van een inwoner en het antwoord van de schepen m.b.t. de principebeslissing Fonds ter Bestrijding van Uithuiszettingen (FBU).
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de mondelinge vragen en antwoorden.
Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over gemeentelijke aangelegenheden, die niet op de agenda van de raad staan. Volgende vraag wordt gesteld:
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de mondelinge vragen en antwoorden.
Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,
Steven Van de Velde
algemeen directeur
Vincent Van Peteghem
voorzitter